Veldjournaal
Langs de Schelde ontdek ik steeds meer hoe rijk een pier en dijk eigenlijk zijn. Op het eerste gezicht zie je steen, wind en water. Maar wie beter kijkt, ontdekt een landschap vol kleine verhalen.
De afgelopen dagen vond ik er onder andere:
Engels gras (Dutch grass volgens de Engelsen)
wilde cichorei
knoopkruid
duizendblad
rode spoorbloem
smalle wikke
groot kaasjeskruid
vergeet-mij-nietje
kraailook (lekker!)
schermhavikskruid
herderstasje
smeerwortel
echt walstro
rode, witte en kleine klaver
Natuurlijk ook boterbloem, paardebloem en madeliefje en zelfs gevlekte scheerling: prachtig én zeer giftig.
Ook de grassen beginnen langzaam een gezicht te krijgen: kropaar, duist en smalbeemdgras. Soorten waar je normaal gedachteloos langsloopt, maar die samen het landschap dragen.
Wat me raakt is dat juist deze ruige overgangsplekken tussen zout en zoet, steen en gras, zo vol leven blijken te zitten.
Een pier lijkt kaal.
Tot je beter kijkt.
Mei helpt daar enorm bij.
17 mei 2026